Over Tafeltennis

Over Tafeltennis

Tafeltennis is een makkelijke en moeilijke sport tegelijk! Makkelijk omdat je het overal kunt doen, thuis, op straat, 
op de camping of bij een tafeltennisclub. Makkelijk ook omdat iedereen het wel een beetje kan. 
Gewoon met een batje en een balletje heen en weer ‘ping-pongen’ is daarom een sport voor jong en oud. 
Maar tafeltennis kan ook heel moeilijk zijn. 
Op het hoogste niveau wordt de bal met zo veel snelheid (tot 180 km/u) en zoveel effect(15 omwentelingen per seconde) geslagen 
dat de tegenstander bijna geen tijd heeft om te reageren. 
Wat het spel nog extremer maakt zijn de verschillende rubbers waar mee gespeeld wordt. 
Er zijn honderden verschillende soorten rubbers, glad, stroef, met noppen etc. 
Met het ene rubber kan je veel effect geven aan de bal en met het andere bijvoorbeeld juist weer heel veel snelheid. 
Tafeltennis wordt daarom wel eens ‘schaken tijdens een 100 meter sprint’ genoemd. 
Je moet heel snel kunnen denken en bewegen tegelijk. Dat lukt alleen maar door veel te oefenen. 
De beste Nederlandse spelers zoals Trinko Keen, Danny Heister en Li Jiao hebben van jongsaf aan heel hard getraind. 
Zij hebben uiteindelijk de absolute top bereikt en doen mee aan wereldkampioenschappen en Olympische spelen.

Feiten:
- Tafeltennis is na voetbal de meest populaire sport ter wereld.
- Door bijna iedereen te spelen bij elk weertype.
- Uitstekend voor hand-oog coördinatie.
- Een goede oefening voor mensen van 8 tot 88.
Overig:

Hierboven staan de belangrijkste spelregels vermeldt, de volledige reglementen zijn hier te downloaden

Wat heb je nodig?
- De tafel 
- De tafel is rechthoekig, 274 cm lang en 152,5 cm breed en de hoogte is 76 cm boven de vloer.
- Het speelvlak is gescheiden door het net in 2 gelijke vlakken. 
- Het net wordt gespannen door een koord.
- De meeste tafels zijn groen of blauw. 
- In het midden van de tafel loopt een lijn, deze is voor de serviceontvangst bij de dubbel bepalend.

De Bal
- Er zijn veel verschillende ballen, de normale ballen zijn wit of oranje. 
- Met deze ballen worden competitie en toernooien gespeeld. 
- Er is echter maar een officiële maat waarmee gespeeld mag worden en dit is de 40 mm bal. 
Deze bal is een tijdje terug ingesteld door de tafeltennisbond om het tempo van tafeltennis wat omlaag te halen. 
Nu is het voor toeschouwers makkelijker te volgen en dus leuker om naar te kijken. 

Het Batje
- Een tafeltennisbatje ziet er uit als rond plankje met een handvat en aan beide zijden zit rubber. 
- Er zijn verschillende soorten plankjes. Het verschil zit in de hardheid van het hout. 
- Met harde soorten hout kan sneller gespeeld worden. 
- De zachte houtsoorten geven meer effect aan een bal die teruggeslagen wordt. 
- De meeste batjes bestaan uit verschillende lagen hout. 
- Er zijn verschillende soorten rubber waarmee gespeeld kan worden. 
- Het verschil zit in de dikte van het rubber. 
- Met een dun rubber kan je met meer effect spelen dan met een dik rubber. 
- Een dik rubber is om snel te spelen. 
- Op een bat zitten twee verschillende rubbers. 
- Om ze uit elkaar te houden is de ene zwart en het ander rood. 1

Spelregels
De service:
De service de beginslag. Hierbij moet de bal eerst een keer op je eigen tafelhelft stuiteren en 
dan moet het balletje een keer de tafelhelft van je tegenstander raken.
Als de bal eerst twee keer op je eigen tafelhelft stuitert, is de service fout. 
Dan krijgt je tegenstander een punt.
Als het balletje twee keer op de helft van je tegenstander stuitert, is het een punt voor jou. 
Je tegenstander is dan niet snel genoeg geweest om de bal na de eerste stuit terug te slaan. 
Het balletje moet aan de andere kant stuiteren, dus als je tegenstander terug slaat zonder 
dat de bal gestuiterd heeft, is het ook een punt voor jou.
De service moet de bal steeds na de eerste stuit op de andere tafelhelft worden gespeeld.

Een netservice: 
Het kan zo zijn dat de bal bij het serveren onderweg het netje raakt, maar toch goed aan de andere kant valt. 
Dit noemen we een netservice. 
Als dit gebeurt krijgt niemand een punt, en moet je nog een keer serveren. 
Dit mag 3x achter elkaar gebeuren, anders is er een punt voor de tegenstander…. 
Als de bal verder in de rally op deze manier het netje raakt, moet je door spelen. 

Een wedstrijd: 
Als je een wedstrijd speelt, moet je steeds 2 keer serveren. 
Daarna mag je tegenstander 2 keer serveren. Zo gaat het telkens om en om…
Degene die als eerst 11 punten haalt, heeft een game gewonnen. 
Alleen bij een stand van 10-10, moet je om de beurt gaan serveren, totdat er een verschil van 2 punten is. 
Meestal speel je 3 games. 
Degene die het eerst drie games gewonnen heeft, is de winnaar, het kan natuurlijk ook zo zijn, 
dat jij en je tegenstander allebei twee games winnen. In dat geval speel je een vijfde game. 
De winnaar van deze vijfde game, wint de wedstrijd.
Om te beslissen wie er mag beginnen met serveren, wordt er getost. 
Dan houdt de scheidsrechter het balletje onder de tafel in een van zijn handen.
Je tegenstander mag dan een hand kiezen.
Als hij de hand gekozen heeft, waarin het balletje zit, mag hij beginnen met serveren.